Vrijwilliger of medewerker zijn in een religieuze organisatie

Door: Olga Bastmeijer

Een religieuze organisatie zijn wij toch?
Het woord kerk slaat op het gebouw (functie) lijkt mij.

Vrijwilliger is een bijzondere term, iets voor de kantine van de hockey- of roei vereniging.
Dat is niet kwetsend bedoeld, maar bezigheid en doel liggen op een ander vlak.
Je gaat naar de club voor gezelligheid en het is fijn je handen uit de mouwen te steken,
je bent nodig en wordt gewaardeerd.
En de bar is het centrale punt voor een biertje of wijntje, niks mis mee!

In een religieuze organisatie zijn de bezigheden vaak niet zo heel veel verschillend,
het lijkt op elkaar…of toch niet?
Het moge duidelijk zijn dat dit een retorische vraag is.
Maar wat ís dan dat verschil?
Daar kunnen we natuurlijk ook weer verschillend over denken.
Ik onderneem toch een poging.

Waar ben je mee bezig als je onderdeel bent van een organisatie die
over innerlijke vrede, liefde en verdraagzaamheid enzovoort..spreken wil.
Een organisatie die jou vraagt naar je leven te kijken, het te onderzoeken, Wat betekenen de heilige boeken voor mij, wat zeggen de oude verhalen.
Luister ik, versta ik het wel goed? hoe doe je het goede?
Lééf ik het ook?
Ben ik Martha of Maria, of leven beiden in mij?
En hoe dan? Deze vragen impliceren toch werk?

Ik heb 10 jaar lang de school voor praktische filosofie bezocht.
Vaak nam ik een ‘opdracht’ mee.
Zo kwam er de opdracht thuis alle koper te poetsen!
Ik wist niet eens of ik wel iets van koper in huis had.
maar ontdekte onder de groene/zwarte aanslag
inderdaad wat koperen voorwerpen.
Wat een metafoor werd dat voor mij op dat moment, want
door de wrijving kwam het ware voorwerp te voorschijn!

De dingen hun schoonheid terug geven of onderhouden,
is dat niet een prachtige motivatie om mee aan de slag te gaan.
(In metafysisch term gevat, zou je kunnen stellen dat
door wrijving ook bij ons ‘het ware’ te voorschijn komt.)
Alles heeft een vorm van bezieling in zich die de maker/kunstenaar
er in heeft gelegd of die je er zélf in legt. De dingen wachten op ons, om te verschijnen.

Het samen werken, nieuwe vriendschappelijke relaties, overleggen,
consessies doen, irritaties..hoe ga je daar mee om, hoe loop je samen op?
Ik als gepensioneerde kan in mijn eigen warme bubbel blijven.
Maar leef ik dan nog, groei ik nog, hoe verhoud ik mij tot nieuwe inzichten, nieuwe mensen?
En vooral: veronachtzaam ik niet mijn opgedane levenservaring en wijsheid?

Bij alle werkzaamheden binnen de context van het werk dat gedaan moet worden,
als medewerker (bouwvakker) aan het bouwen van een huis, zijn we belangrijk voor elkaar.
Even een kaarsje of een stukje tekst, indien je fysiek niet veel meer kan dan ligt dáár je kracht,
een luisterend oor zijn, geduld beoefenen, vertrouwen uitstralen.
want we moeten altijd weer worden herinnerd aan Dat wat groter is dan ons geploeter.
Kerk als oefenruimte, werkplek..mooi toch?

“Herinner de ander aan de reden van zijn/haar aanwezigheid en vind daarin vreugde en verbinding.
Onderschat het belang van je aanwezigheid niet, durf te zaaien.
En verder weet ik het ook niet!

Olga Bastmeijer, een medewerker.