17 april 2020

Preek van de week

Geschreven door Peter Kluit

In deze corona tijd stuurt onze predikant Sabine du Croo een preek van de week.

Hier vindt u ze allemaal. De meest recente brief is van ……

Haarlem, donderdag 28 mei 2020

Allen, Haarlem, donderdag 28 mei 2020

We beginnen weer met een korte meditatie. Net als de vorige keer gebruiken we daarbij de adem. Dat is een bekende techniek. Wie met zijn aandacht de adem volgt, merkt al gauw dat hij is afgedwaald en met zijn gedachten niet meer bij de adem is, maar bij andere dingen, en dat deze gedachten ook allerlei gevoelens oproepen. We dènken dat we baas zijn in eigen hoofd en hart, maar wie regelmatig de oefening van de adem doet, merkt dat gedachten en gevoelens op eigen houtje ons hoofd en hart in- en uitwandelen en dat wij zelf daar niet veel over te zeggen hebben. Zo worden gedachten en gevoelens een scherm tussen ons en de werkelijkheid, sterker nog, we menen dat wat we denken en voelen over de werkelijkheid de werkelijkheid zelf is. Bedoeling van de concentratie op de adem is niet om gedachten en gevoelens uit te bannen. Dat kan niet. Bedoeling is om je bewùst te worden van de voortdurende stroom in hoofd en hart. Op het moment dat je je daarvan bewust wordt, onderbreek je de stroom en is er, hoe kort ook, een open ruimte. Langzaam aan kun je leren om die open ruimtes wijder te laten worden.

Ga ergens zitten waar je niet gestoord wordt en je op je gemak voelt.
1. Adem een paar keer in tot in je buik. Volg met je aandacht je adem. Houd je rug recht, ontspan je ledematen en je gezicht, ook je kaak.
2. Wees je bewust van je verbondenheid met God/ het bewustzijn/ je hoger zelf/ de energie/ het licht.
3. Lees de teksten en de opmerkingen er bij en overweeg ze bij jezelf.

Johannes 14
27 Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.

De vrede waarover hier gesproken wordt, kan niet gegeven worden door de wereld. Het is niet het gevolg van menselijke inspanningen. Het wordt ook niet veroorzaakt doordat we ons in een prettige omgeving bevinden met aardige mensen. Deze vrede is onafhankelijk van wat zich buiten ons bevindt. Wat is dat voor vrede?

Filippenzen 4
7 Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

De vrede waarover hier gesproken wordt, gaat ons verstand te boven. Deze vrede komt niet voort uit onze eigen gedachten. Deze vrede is onafhankelijk van ons verstand. We kunnen haar niet bereiken door noeste studie, logisch denken of studie.

De vrede waarover het in beide teksten gaat is een gevoel van harmonie, geluk, rust, dat jou en mij gegeven is.

5. Adem een paar keer in tot in je buik. Volg met je aandacht je adem.
6. Dank God en vraag de zegen.

De vrede waarover het in bovenstaande teksten gaat, wordt door mystici ook wel de Christus in mij, of de Christusgeest of de geest van Christus genoemd. Zij hebben de ervaring gehad dat zij, daar waar zij die vrede in zichzelf gewaar werden, één waren met Christus, alsof Hij zich had uitgedeeld in hen. En daarmee komen we bij het verhaal van Pinksteren, de uitdeling van de Heilige Geest. Het is een vreemd verhaal over mensen die bij elkaar zaten, een geraas van harde wind hoorden en vlammen op elkaars hoofd zagen. Opeens konden zij elkaar verstaan hoewel ze verschillende talen spraken (Handelingen 2). Maar dit verhaal gaat terug op een veel ouder verhaal:

Genesis 2
7 Toen maakte God, de Heer, de mens. Hij maakte hem van aarde. Hij blies adem in zijn neus, en toen ging de mens leven.

Dit is eigenlijk het oerverhaal van Pinksteren. Het is het verhaal over de Geest die ons als adem wordt gegeven. Het is die adem die ons doet leven en die tegelijkertijd de altijd aanwezige verbinding is met God, oorsprong van alle leven. Daarom brengt de oefening waar we mee begonnen zijn; bewustzijn van onze adem en het loslaten van gedachten en gevoelens, ons in de open ruimte die God is. Ik wens je bewustzijn van je adem toe.

Gods zegen,
Veel groeten van de kerkenraad en het bureau, liefs, Sabine

 

Haarlem, donderdag 21 mei 2020,

Allen,

Vorige week zijn we verder gegaan met het thema vergeving. Vandaag de laatste brief hierover. Er zijn veel reacties op dit thema gekomen. Misschien kunnen we er nog eens op doorgaan in een gesprekskring.
Dit keer beginnen we met een korte meditatie over vergeving, die kun je zelf thuis doen, het duurt niet lang en is niet moeilijk. Ga ergens zitten waar je niet gestoord wordt en je op je gemak voelt.
1. Adem een paar keer in tot in je buik. Volg met je aandacht je adem. Houd je rug recht, ontspan je ledematen en je gezicht.
2. Wees je bewust van je verbondenheid met God/ het bewustzijn/ je hoger zelf/ de energie/ het licht.
3. Lees de tekst:

Wijsheid 12
God oordeelt met zachtheid en regeert met mildheid

4. Overweeg eens bij jezelf; ‘Als God regeert met mildheid, zou ik dan niet mild zijn?
Als God oordeelt met zachtheid, waarom zou ik dat niet proberen?’

Stel je voor hoe het is om zelf mild ontvangen te worden door iemand.
Sta stil bij het gevoel zelf met zachtheid begroet te worden door iemand.
5. Adem een paar keer diep in.
6. Dank God en vraag de zegen.

Misschien heb je tijdens de meditatie gemerkt dat er vrede en geluk is in de stilte, en dat je alleen maar hoeft af te dalen in jezelf om dat te ervaren. Als je nu aan de overtreding van die ander denkt, waar we het vorige keren over hadden, dan kan het best zijn dat het is alsof je vanuit dat diepe niveau in jezelf weer omhoog klimt naar een ander, oppervlakkiger niveau. Misschien merk je dat je nog steeds moeite hebt die ander daadwerkelijk te vergeven. Hoe kom je tot vergeving?

Misschien helpt het als je je realiseert, dat de gedane wandaden altijd behoren tot het verleden. Jou is kwaad aangedaan, dat staat buiten kijf. Maar het is niet hier en nu. Het is voorbij. Je hoeft het verleden geen macht over het heden te geven. De vrouw van Lot bleef achterom kijken en versteende (Genesis 19). Jij hoeft jouw heden niet door je verleden te laten verstarren. Laat je niet verleiden achterom te blijven kijken.

Vergeven is ook het opgeven van het verlangen naar een ander verleden. Het loslaten van je verzet tegen je eigen verleden. Er is verzet omdat je vindt dat het niet zó had moeten gaan, niet zó had mogen gaan, anders had kunnen gaan, had moeten gaan. Maar het is onvruchtbaar te willen dat het anders was gegaan. Want we kunnen het verleden niet veranderen. Het is wat het is. Laten we ophouden met verlangen naar hoe het had moeten zijn en beginnen met aanvaarden dat het was zoals het was.

Vergeven gebeurt vanaf een ander niveau, dan dat waarop het conflict speelt. Einstein zei ooit; ‘Problemen worden opgelost op een ander niveau dan waarop ze zijn ontstaan’. Een voorbeeld: stel, we zitten in de auto en zijn op weg naar een bestemming. Maar vlakbij onze bestemming blijkt de weg geblokkeerd; we kunnen er niet door. Het is zinloos de wegversperring te negeren en door te rijden, we kunnen beter omrijden en een andere route volgen om bij onze bestemming uit te komen. In het geval van vergeven betekent dat, dat we onze visie op het conflict en onze argumenten en gevoelens, parkeren. Want ergens weten we zelf ook dat we er niet komen door op deze manier bezig te blijven met het conflict. Deze weg is geblokkeerd, we gaan op zoek naar een andere weg naar vergeving.

In ieder mens is een gebied van innerlijke vrede, stilte en geluk. Het is je gegeven. Misschien heb je iets daarvan ervaren bij je meditatie. Het is de plek in ons zelf waar we zijn wie we ècht zijn. Dat is onafhankelijk van wat we bereikt hebben en wie we voor de buitenwereld zijn. Het staat los van wat we gedaan en gezegd hebben; soms doen we domme dingen, verkeerde dingen, zeggen we nare dingen, bewust of onbewust. Maar deze plek wordt daar niet door aangetast. Hier zijn we zoals we bedoeld waren, ooit, in den beginne. Zoals Adam en Eva in de tuin, in alle onschuld, nog voordat zij zich bewust werden van hun daden en zich voor elkaar gingen schamen en voor God gingen verschuilen. Wanneer we afdalen naar die plek van stille vrede en geluk, waar we zijn wie we ècht zijn, in alle onschuld, dan kunnen we ook die ander zien zoals hij ècht is, zoals zij bedoeld is, onafhankelijk van hun daden en woorden. Dáar kan vergeving beginnen. Van daaruit kunnen we wat vroeger onvergeeflijk leek, vergeven.

Gods zegen,
Veel groeten van de kerkenraad en het bureau, liefs, Sabine

Haarlem, donderdag 14 mei 2020
Allen,
Vorige week zijn we begonnen met het thema vergeven. Vergeving komt in het spel wanneer er een grensoverschrijding is geweest. Daarom is de eerste stap in je contact met anderen dat je leert je eigen grenzen aan te geven, de ander is immers niet helderziend. Maar stel dat je dat hebt gedaan en de ander is toch over jou grenzen heengegaan? Wat dan?

Misschien wil je de ander nu een opdonder geven of een lesje leren. Je bent niet de eerste die zo reageert. Lang geleden preekte Lamech (Genesis 4) al de wraak, wraak tot 77 maal aan toe. Mozes perkte deze grenzeloze wraak in met de wet ‘Een oog voor een oog’. Dat wil zeggen; je mag een ander aandoen wat hij jou heeft aangedaan, maar niet méér. Mozes stelde grenzen aan wraak. Jezus gaat veel verder. Hij heeft het over de andere wang toekeren en preekt de grenzeloze vergeving. Zoals we vorige week al lazen;

Matteus 18

21Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? 22Tot 7 maal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot 7 maal toe, maar tot 70 maal 7 maal.

Grenzeloze vergeving. Daar zijn we niet altijd toe bereid. We gebruiken argumenten om niet te hoeven vergeven. Bijvoorbeeld: ik kan niet vergeven, want dit is onvergeeflijk/ hij moet eerst maar eens beseffen, wat hij mij heeft aangedaan/ als ik haar vergeef, doet ze het straks weer/ eerst moet zij haar excuses aanbieden/ waarom moet ik altijd de wijste zijn?/ ik hoef niet te vergeven, hij kan de pot op/ vergeving is niet nodig, want ik wil niks meer met haar te maken hebben/ alleen God kan dit vergeven. Er zijn veel redenen waarom vinden dat we niet hoeven/ kunnen/ willen/ mogen vergeven.

We denken dat als we vergeven, we onze positie verzwakken. Dat we daarmee zeggen dat haar misstap niet erg was/ dat hij geen straf hoeft/ dat we ons aanstelden/ dat ons gevoel, onze pijn niet belangrijk was/ dat we niet alleen vergeven, maar ook vergeten/dat we over ons heen laten lopen. En dat willen we niet, want we vinden dat we gelijk hebben. Maar willen we gelijk of geluk?

We mogen dan gelijk hebben, helemaal gelukkig zijn we niet met de situatie. En dat voel je bijvoorbeeld bij het bidden van het Onze Vader;

Matteus 6

12en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren

We willen misschien wel vergeven, maar dat gaat niet zomaar. Wij eisen dat de dader schuld bekent, zijn excuses aanbiedt, de gevolgen onder ogen ziet, etc. Maar als de dader dat niet doet of bijvoorbeeld al overleden is, of verhuisd is, dan blijven wij gevangen in het conflict. De misstap die toen gemaakt werd, duurt in ons hoofd nog steeds voort. Wij zijn nog altijd slachtoffer. De dader heeft ons in haar macht. We hebben de macht over ons eigen geluk uit handen gegeven. We zijn onvrij. Maar om te vergeven heb je de ander niet nodig. Vergeven is iets dat jij zelf in jouzelf doet. Je hebt er de ander niet voor nodig. Het is een innerlijke, onafhankelijke ommekeer.

Geestelijke groei gaat over vrij worden, over niet afhankelijk zijn van de omstandigheden en van anderen en van wat het leven je brengt. Omdat je weet dat wat jij in essentie bent niet beschadigd kan worden, nooit. Wat jij in wezen bent, maakt deel uit van iets veel groters, dat is heilig. Spiritualiteit gaat over leven in vrijheid, gelukkig zijn. Daarom is de Exodus, de uittocht uit gevangenschap, in het Jodendom het centrale thema. Daarom is het Koninkrijk, het leven op een nieuwe aarde, in het Christendom zo belangrijk. Daarom oefenen Boeddhisten om uit de kring van Samsara, de waan van de wereld, veroorzaakt door ego, te ontsnappen.

Vrijheid en vergeven hebben met elkaar te maken. In het Grieks staat er ‘afhièmi’, zowel in het Onze Vader als in Matteus 18. Dat is vertaald met ‘vergeven’ is, maar de letterlijke betekenis is ‘loslaten’. Vergeven wil zeggen dat je je wrok en oordelen over de ander loslaat. Dat is bevrijdend. Voor jou. Vergeven maakt vrij.

Gods zegen wens ik u toe en een leven in geluk en vrijheid, volgende week de laatste brief over vergeving, veel groeten van de kerkenraad en het bureau, liefs van ons allemaal, Sabine

Haarlem, donderdag 7 mei 2020

Allen,

Het is 4 mei 20 uur. Iemand speelt de Taptoe op de piano en met het wegsterven van de laatste toon gaan de 2 minuten stilte in. We zitten rond de tafel, het is doodstil. De verhalen van onze familie uit de oorlog zijn doorverteld in de volgende generaties, we kennen ze. In de stilte ontstaat een ruimte waarin een diep verdriet opwelt. In de dagen daarna komt telkens de tekst van Matteus 18 in mijn gedachten:

Matteus 18

21Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? 22Tot 7 maal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot 7 maal toe, maar tot 70 maal 7 maal.

We herdenken de slachtoffers, maar hoe verhouden we ons tot de daders? Moeten we die vergeven? Willen we dat, kunnen we dat? Vergeving, wat is dat eigenlijk?

Vergeving speelt op allerlei niveaus. Regelmatig bieden regeringsleiders excuses aan voor in het verleden begane misdaden. En als die excuses zijn aangeboden, vergeeft het ene volk het andere dan? Is alles dan weer koek en ei?
Vergeven speelt ook op individueel niveau; uit ervaring weten we dat als we blijven rondlopen met een onopgelost conflict zich een wrok opbouwt, die ons veel energie kost. Het vraagt telkens onze aandacht; soms betrappen we onszelf erop dat we, terwijl we een mooie wandeling maken, niet langer om ons heen kijken maar verwikkeld zijn in een interne dialoog. Of we worden ons er opeens van bewust dat in de gesprekken met andere mensen dit punt vroeg of laat langskomt, vaak zonder aanleiding. We willen graag in vrede leven, en wie hoopt er niet dat vóór zijn sterven alle ruzies en onenigheden zijn bijgelegd, zodat hij in vrede kan gaan? Maar vergeven is niet altijd zo makkelijk.

De aanleiding voor vergeving is altijd een grensoverschrijding; iemand heeft je iets aangedaan of je bent gekwetst.
Het kan gaan om fysiek geweld; slaan, schoppen, verkrachting. Het kan gaan om diefstal en oplichterij; iemand heeft je bestolen of op een slinkse manier geld afhandig gemaakt, jou voor de kosten laten opdraaien, je erfenis ingepikt. Het kan ook een mentale grensoverschrijding zijn; iemand anders maakt goede sier met jouw werk, je gast maakt buitensporig gebruik van je gastvrijheid, je partner lijkt jouw werk in het gezamenlijke huishouden vanzelfsprekend te vinden.
Er is sprake van een grensoverschrijding. De ander heeft jouw grenzen niet in acht genomen. En daar ben je boos om. Je voelt je vernederd, onteerd, niet gezien, gemanipuleerd, teleurgesteld, verlaten. Je voelt je een slachtoffer.

De kern van het gevoel slachtoffer te zijn is misschien wel het gevoel niet gezien te worden. Je merkt dat de ander jou gebruikt als middel, als hulp, als bron van inkomsten of plezier. Of, erger nog, jou ziet als obstakel, als hindernis of in het uiterste geval; je zelfs domweg negeert. De mens die jij werkelijk bent, wordt niet gezien. Alsof jij zelf er niet toe doet. Dat is een akelig gevoel.

Je voelt je niet gezien. In de relatie met anderen gaat het altijd om ruimte geven en ruimte nemen en deze twee moeten in balans zijn. De keerzijde van -niet gezien worden- is: -jezelf zichtbaar maken-. Wat doe jij om zichtbaar te zijn? Je kunt niet van de ander verwachten dat hij langs telepathische weg aanvoelt wat jouw ruimte is. Het is onredelijk te verlangen dat de ander jouw grenzen bewaakt, dat moet je zelf te doen. De ander kan geen gedachten lezen. Je bent zelf verantwoordelijk voor het innemen van je eigen gebied. Dat kan een ander niet voor je doen. Hoe maak je je grenzen kenbaar, hoe eis je je gebied op, hoe maak jij jezelf zichtbaar?

De ruimte die jou toekomt krijg je niet van een ander, die hèb je. Het recht op die ruimte is niet afhankelijk van de instemming van andere mensen, het is je van meet af aan meegegeven, het is onvervreemdbaar. Het is je bestaansrecht. Aan jou de taak om je die ruimte van je leven eigen te maken. Zoals God zegt tegen Abram;

Genesis 13

14En de Here zeide tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, 15want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven.(…) 17Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want Ik zal het u geven.

Doorwandel het land. Maak de ruimte die jou toekomt je eigen. Het is je gegeven.
Dat is de eerste stap in het overdenken van het thema vergeven, u ziet we zijn nog niet klaar, volgende week verder.

Gods zegen wens ik u,
en een hartelijke groet, ook van de kerkenraad en van het kerkelijk bureau, wij allen maken het goed en we hopen dat u in goede gezondheid verkeert, veel liefs,

Sabine du Croo

Haarlem, donderdag 23 april 2020

Allen,

We zitten al weer in de zesde week van de opgelegde maatregelen. In het begin hoorde je vaak zeggen; ‘Heb ik eindelijk de tijd en de rust om te doen wat ik al heel lang wil/moet doen’. En de één ging een kast opruimen, de ander een boek lezen en weer een ander nam zich voor iedere dag te gaan fietsen. Ondertussen zijn we zes weken verder en onze projecten zijn gedeeltelijk of helemaal af. Of we zijn er mee simpelweg opgehouden.

Want we willen nu weer wat anders doen, en velen zouden willen dat we weer ‘normaal’ konden doen. Maar dat kan niet. Wat nu? Moeten we weer nieuwe projecten voor onszelf bedenken om te gaan doen? Misschien, misschien ook niet. Misschien kunnen we minder doen en meer zijn. Daar is ook een verhaal over:

Lucas 14

Eén van de gasten hoorde wat Jezus zei. Die man zei: ‘Het echte geluk is voor de mensen die feest zullen vieren in Gods nieuwe wereld.’ 16Jezus antwoordde met een voorbeeld. Hij zei: ‘Een man geeft een groot feest en nodigt veel mensen uit. 17Op de dag van het feest stuurt hij zijn knecht naar de gasten met het bericht: ‘Kom naar mijn feest, alles staat klaar.’ 18Maar de gasten zeggen één voor één: ‘Het spijt me, ik kan niet komen.’ De eerste zegt: ‘Ik heb een stuk land gekocht dat ik nu echt moet gaan bekijken. Zeg tegen je heer dat het me spijt.’ 19Een ander zegt: ‘Ik heb tien koeien gekocht en ik moet ze gaan bekijken. Zeg tegen je heer dat het me spijt.’ 20En weer een ander zegt: ‘Ik kan niet komen, want ik ben net getrouwd.’

De mensen in het verhaal hebben het druk met hun projecten en besluiten om niet naar het feest te gaan. Ze blijven maar doén. Door hun bezigheden vergeten ze waar werkelijk om gaat, namelijk om op het feest te zijn; daar te zijn en iedereen te begroeten. Te genieten van de pracht en overvloed. Te lachen en te dansen. Gelukkig te zijn.

Het gaat om ‘zijn’, dat is; het feest van het leven vieren. Daarom staat er in de eerste regel; ‘Het echte geluk is voor mensen die feest zullen vieren in Gods nieuwe wereld.’. Dat zijn mensen die opgehouden zijn met ‘doen’ en begonnen zijn met ‘zijn’. De schrijver zet de tegenstelling hier extreem neer, dat doet hij vaker bij gelijkenissen. Alsof ‘naar een feest gaan’ en ‘bezigheden hebben’ niet samen zouden kunnen gaan. Alsof ‘zijn’ en ‘doen’ verschillende modi zouden zijn. In werkelijkheid gaat het erom meer ‘zijn’ in je ‘doen’ te brengen.

Dat doe je door aandacht. Aandacht wil zeggen dat je je bewust bent van wat zich hier-en-nu aan je voordoet en waar je mee bezig bent. Aandachtig leven betekent dat je in dit moment bent. Dat zijn we vaak niet.
Dan zien we wat-hier-en-nu-is als een trede om naar het volgende moment te komen. We zien dit moment als een middel. ‘Als ik eerst maar dit gedaan heb, dan kan ik gelukkig zijn’. Eigenlijk leven we in de toekomst. En ondertussen blijven we maar ‘doen’ en zijn we niet werkelijk met onze aandacht bij de dingen die we doen.

Andere keren zien we wat zich hier-en-nu afspeelt als een hindernis, als iets wat er eigenlijk niet zou moeten zijn. We verzetten ons tegen het huidige moment, tegen wat hier-en-nu is. ’Als dit er niet zou zijn dan kon ik gelukkig zijn’. We voeren een in onszelf over hoe het zou moeten zijn en zijn niet met onze volle aandacht bij dit moment, bij het hier-en-nu.

Wie meer in het hier-en-nu gaat leven, gaat aandachtiger leven en brengt meer ‘zijn’ in zijn ‘doen’. Dan leven we minder in de toekomst, en zijn minder in verzet. We gaan meer genieten van wat er hier-en-nu is; we horen een vogel die zingt, we zien het licht in gouden lijnen door het raam vallen, we voelen de gladheid van het papier in onze hand. We ervaren geluk en overvloed in de gewone dingen die we doen; het warme water van de douche, het gewicht van de boodschappen in onze tas, de moeheid lichamelijke inspanning. Er welt een zachte dankbaarheid in ons op. Zoals dat oude lied zingt;

Zou ik niet van harte zingen Hem die zozeer mij verblijdt?
Want ik zie in alle dingen, niets dan zijn genegenheid.
Is de hartslag van het leven niet de liefde van de Heer?
Liefde draagt hen meer en meer, die in dienst van Hem zich geven. Alle dingen hebben tijd, maar Gods liefde eeuwigheid.

Een goede week wens ik u toe, Gods zegen en veel liefs,
u krijgt ook een hartelijke groet vanuit de kerkenraad en het kerkelijk bureau,

Sabine du Croo

Gezang 426

Ps: Het oecumenisch leesrooster geeft Johannes 21:1 -8 voor deze zondag. Maar die heeft collega Lense Lijzen vorige week gekozen voor de online kerkdienst van de Remonstranten. Daarom heb ik een andere tekst gekozen. https://www.remonstranten.nl/blog/inspiratie/tekst-dienst-van-19-april-2020-vanuit-groningen/

Haarlem, donderdag 16 april 2020

Allen,
Nadat Jezus gestorven was, waren er mensen die de ervaring hadden, dat het niet afgelopen was, maar dat er iets doorging van wat Hij preekte en hoe Hij was. Alsof Hij niet dood was en er nog was. Ze vertelden elkaar over die ervaring. Maar het was niet altijd goed uit te leggen.

Al gauw ontstond er dan ook verwarring; niet iedereen kon zich iets bij voorstellen bij die verhalen over de opstanding van Jezus.
Sommigen vroegen; ‘Als Hij niet dood is, is Hij dan weer levend geworden en opgestaan? Maar hoe dan? Moet je die opstanding geestelijk zien of ook lichamelijk?’. Het antwoord was, dat het om een geestelijk gebeuren ging. Waaropde vraagstellers weer reageerden met; ‘O, dan is het dus niet echt waar, zie je wel, het is niet echt gebeurd’. Daar werden de verhalenvertellers wrevelig van, want volgens hen was het wèl echt gebeurd, het was wèl waar.

Anderen zeiden; ‘Als het een geestelijk gebeuren was, dan is de Geest sterker en belangrijker dan het lichaam. Het aardse, de materie, de vorm is ondergeschikt aan het geestelijke. Het gaat eigenlijk alleen om het geestelijke in ditleven, de rest behoeft geen aandacht’.
Deze discussie werd vooral in de christelijk-gnostische kringen gevoerd. De gnostiek gelooft dat de wereld is geschapen uit twee principes; Stof en Geest. En Stof/materie is ondergeschikt is aan Geest/God want het is vergankelijk, daarom moet Stof/materie worden losgelaten om Geest/God werkelijk te zien.

Met deze discussie in het achterhoofd heeft iemand toen een verhaal geschreven over de opstanding en dat is later toegevoegd aan de laatste hoofdstukken van Johannes. Het is het verhaal over Tomas. Zijn naam, twee-ling, herinnert aan de twee-deling die het grondprincipe in de gnostiek is. Deze ongelovige Tomas is iemand die niet alles voor zoete koek slikt; hij blijft met beide benen op de grond staan.

Johannes 20

Toen Jezus bij de groep leerlingen kwam, was één leerling er niet bij. Dat was Tomas, die ook Didymus genoemd werd. 25De anderen zeiden later tegen hem: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ Tomas zei: ‘Ik wil eerst de wonden van despijkers in zijn handen zien, en ze voelen met mijn vinger. En ik wil met mijn hand de wond in zijn zij voelen. Andersgeloof ik het niet!’26Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar, en Tomas was er nu ook bij. De deur was op slot, maar opeens stond Jezus weer tussen hen in. Hij zei: ‘Ik wens jullie vrede.’ 27Daarna zei hij tegen Tomas: ‘Kom,voel met je vinger aan mijn handen, en voel met je hand aan mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof!’28Toen zei Tomas tegen hem: ‘U bent mijn Heer en mijn God.’ 29Jezus zei: ‘Jij gelooft in mij omdat je mij gezien hebt.Vanaf nu zullen mensen in mij geloven zonder dat ze mij zien. En God zal hen gelukkig maken.’

We lezen dat Tomas meemaakt dat Jezus na zijn dood, in diens eigen lichaam dat herkenbaar is aan de verwondingen, voor hem staat. Het gaat de schrijver van dit verhaal erom te zeggen dat het ècht gebeurd is, daarom geeft hij Jezus een lichaam. Maar het gaat hem ook om iets anders.

Door de opgestane Jezus een echt lichaam te geven, wil hij benadrukken dat het lichaam, de vorm belangrijk is. De gnostici zeiden van niet. De gnostici zeiden dat alle vorm moet worden losgelaten om God, zoals die op zichzelf is, werkelijk te kunnen zien. Daar protesteert de schrijver van het Tomas verhaal tegen. Hij gelooft dat God zich niet anders doet kennen dan ìn de mens; de Ene is slechts kenbaar ìn de velen, het hemelse is slechts te zien ìn het aardse, het heilige is alleen ìn het dagelijkse te ervaren, het ongewone niet anders dan ìn het gewone. Ze staan niet los van elkaar, God en mens, de Ene en het vele zijn verenigd. Wij kunnen God niet zien zoals God op zichzelf is, denk aan; ‘Niemand heeft ooit God gezien’ (Jh 1). Wij kunnen God alleen kennen aan de vele vormen waarin die zich voordoet.

En dan is alles drager van De heilige. Ons lichaam, iedere lichaam, iedere vorm, ieder levend wezen is de vorm waarin de Heilige zich voordoet. Het Heilige laat zich niet anders zien dan in de vele verschillende vormen, die ons omringen en die we zelf zijn. Vorm en inhoud, mens en God zijn niet gescheiden, maar verenigd.

Dit besef brengt een verandering in ons doen en laten teweeg. Wanneer wij ons er van bewust worden dat de gewone dingen het voertuig zijn van De ongewone, de vele vormen van de schepping het voertuig zijn van de ene scheppende kracht, dan vindt er een verandering plaats in onze omgang met de dingen. Dan gaan we wat ons omringt; natuur, planten, dieren, mensen, en ook ons eigen lichaam op een andere manier benaderen. Er ontwaakt in ons een aandacht, een respect. Dat wordt vaak uitgedrukt in een zachtaardige zorgvuldigheid, soms ook in een fermheid zonder eigenbelang.

En dat is wat deze ongelovige Tomas ons voordoet, het is alsof hij zegt; ‘Verlies je niet in geestelijke voorstellingen,maar blijf met beide benen op deze grond staan, op deze aarde. Want deze aarde met alles wat daarop is, is de enige vorm waarin de Ene zich doet kennen’.
Daarom; heb aandacht en liefde voor de mensen, dieren en de natuur om je heen’.

Een goede week wens ik u toe, Gods zegen en veel liefs,
u krijgt ook een hartelijke groet vanuit de kerkenraad en het kerkelijk bureau,

Sabine du Croo

Haarlem, vrijdag 10 april 2020

Allen,
Pasen! Het feest van de opstanding. Een mooi verhaal. Maar ook een beetje moeilijk te geloven, toch? U en ik hebben nog nooit meegemaakt dat iemand dood was en weer levend werd. Geloofden ze dat 2000 jaar geleden dan wel? Dat kan toch haast niet? Of gaat opstanding over iets anders, over iemand anders?

Er is geen verhaal van een ooggetuige die Jezus zag opstaan uit de dood. Er zijn alleen indirecte verhalen, van mensen die na zijn overlijden een ervaring hadden, waardoor ze weer ver- der konden. Eén van die verhalen is deze;

Johannes 20

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.)

Het is het verhaal van een enkeling, Maria van Magdala. Er wordt gesuggereerd dat zij de geliefde van Jezus was. Deze passage lijkt op Hooglied 3;

‘s Nachts in mijn slaap zoek ik mijn lief. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. 2Laat ik opstaan, rondgaan in de stad, laat ik in de straten, op de pleinen, zoeken naar mijn allerliefste. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. De wachters vinden mij op hun ronde door de stad. ‘Hebben jullie mijn lief ook gezien?’

Wat is er verdrietiger dan te weten dat je geliefde gestorven is? Juist dat is haar overkomen, haar leven lijkt voorbij. Het is alsof we haar horen zeggen; ‘Mij mag het duister omsluiten, het licht worde nacht om mij heen’ (ps 139). Maria, gewikkeld in omslagdoeken van haar verdriet, staat voorovergebogen over het graf van voorbij, starend op wat vroeger was. Haar leven lijkt zinloos, een doodlopende weg. Ze is een gevangene van haar verdriet. Zoals ooit haar over-grootmoeder een gevangene was van Egyptische heersers.

En daarmee stappen we van het verhaal van de enkeling over in het verhaal van het volk.

Het volk dat, zojuist gevlucht uit Egypte, nu voor de oevers van de Rode Zee staat, terwijl de vijand van achteren nadert. Wat is er meer beangstigend voor een volk dan te weten dat zij allen zullen sterven? Hun leven lijkt voorbij, ze zitten gevangen; geen uitweg meer mogelijk.

Exodus 14

De Egyptenaren achtervolgden hen, en haalden hen in bij Pi-Hachirot, waar het volk van Israël zijn kamp had opgeslagen, dicht bij de zee, tegenover Baäl-Sefon. Toen de Israëlieten de farao zagen naderen, met al zijn paarden, wagens en ruiters en al zijn voetvolk, werden ze doodsbang en riepen ze de HEER luidkeels om hulp.

Het verhaal van het volk en het verhaal van de enkeling zijn hier op hetzelfde punt uitgekomen. De ervaring van een eindpunt, een doodlopende weg; hier houdt het op, is het afgelopen; ‘Mij mag het duister omsluiten’.

En toch was het niet afgelopen. De verhalen over het volk en over de vrouw kregen een vervolg;
Uit het volk kwam een man naar voren die aan de oever van de Rode Zee ging staan. Hij strekte zijn armen uit over het water en de wind stak op. De wind waaide de zeebodem droog en zij zagen een pad naar de overkant.

Zo ook in het andere verhaal; er kwam een man die achter Maria ging staan, hij riep haar bij haar naam. Zij draaide zich om en keerde het graf de rug toe. Haar exodus was begonnen. Een nieuwe weg werd zichtbaar.

Beide verhalen gaan over dezelfde ervaring achter de woorden;

‘Mij mag het duister omsluiten,
het licht worde nacht om mij heen,
maar voor U heerst in het duister geen duister, de nacht is lichtend als de dag,
de duisternis gelijk licht’. (Ps 139)

Het is de ervaring van een eindpunt waarin het begin van een nieuwe mogelijkheid al verborgen zat, nog voordat je dat hebt gezien.

’Blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil in het verleden,
Ik’, zegt Hij, ‘ga iets nieuws beginnen, het is al begonnen,

merk je het niet?’ (Oosterhuis naar Jesaja)

De mensen 2000 jaar geleden gebruikten een andere taal, andere beelden dan wij nu doen. Zij spraken over schepping uit chaos, licht in duister, van gevangenschap naar vrijheid, een pad door de zee, water in de woestijn, doven die horen en blinden die zien. En ook vertelden zij elkaar het verhaal over de opstanding uit de dood. Maar het gaat over een ervaring die wij ook kennen.

Wij zouden ons eigen verhaal er naast kunnen leggen. Ook u en ik kennen uit ons eigen leven, hoe we na een verlies, in een ramp toch weer een lichtpunt zagen, iets wat we daarvóór niet hadden opgemerkt, nooit hadden gedacht.

Misschien is dat waar opstanding over gaat; over de ervaring dat er een moment is waarop je je naam hoort en je jezelf weer terugvindt. Je zelf, wie je wèrkelijk bent, en dat dat onvergankelijk is. Dat is het moment waarop je je weerstand opgeeft, je verzet loslaat, je omdraait en een weg door water ziet, een nieuw begin.

En dan gaat opstanding niet over Hem, maar over ons. Dat niet Hij, maar wij zijn opgestaan.

Een goede Pasen wens ik u toe, Gods zegen en veel liefs,
u krijgt ook een hartelijke groet vanuit de kerkenraad en het kerkelijk bureau,

Sabine du Croo

Haarlem, donderdag 2 april 2020

Allen,

Zondag Palmpasen! Dit jaar door omstandigheden anders dan anders. Maar misschien toch goed de ‘gewone’ structuur vast te houden en stil te staan bij het verhaal van Palmzondag; de intocht in Jeruzalem. Hieronder de tekst.

Johannes 12: Intocht in Jeruzalem

12De volgende dag was er al een grote menigte in Jeruzalem voor het feest. Toen ze hoorden dat Jezus ook zou komen, 13haalden ze palmtakken en liepen ze de stad uit, hem tegemoet, terwijl ze riepen: ‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van deHeer, de koning van Israël.’ 14Jezus zag een ezel staan en ging erop zitten, zoals geschreven staat: 15‘Vrees niet, Sion, je koning isin aantocht, en hij zit op een ezelsveulen.’ 16Zijn leerlingen begrepen dit aanvankelijk niet, maar later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hem geschreven stond, en dat het zo ook gebeurd was.

Jezus zit op een ezeltje. Dat is vreemd voor een koning. Je zou verwachten dat een koning hoog te paard zit, zodat hij het toestromende volk kan overzien, en zodat het volk hem kan goed zien en naar hem opkijkt. Dat is het beeld van een wereldlijke koning, maar Jezus’ koninkrijk is niet van deze wereld. Daarom verwijzen de evangelisten naar het beeld dat de profeet Zacharia schildert over de intocht van de Messias:

Zacharia 9:
9Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin. 10Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken. Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de Rivier tot de einden der aarde.

Zacharias zegt hier niet alleen dat de Messias rijdt op een ezel maar ook ‘strijdwagens en paarden worden verjaagd, bogengebroken en hij zal vrede stichten tussen de volken’. Deze koning komt om vrede te stichten. ‘Wat voor vrede wordt hierbedoeld’, vraag je je af, ‘En zal er ooit vrede tussen de volken komen?‘. Maar laten we die vragen even parkeren en terugkeren naar het verhaal over de intocht.

Jezus zit op een ezeltje. Misschien vreemd, maar ook de kern van zijn boodschap. Jezus leeft niet vanuit begrippenkaders als; ik hoog-jij laag, ik minder -jij beter, ik sterk-jij zwak, ik lelijk -jij mooi, ik rijk-jij arm. Jezus leeft vanuit een ander niveau; vanuit de Ene die vorm krijgt in velen. Het niveau waar alles en allen de verschillende vormen zijn waarin de Ene zich uitdrukt. Op dat niveau is iedereen gelijk.

Hij zelf was ruimte voor de Eeuwige. En dat is wat hij leert; om ruimte te zijn. Jíj bent ruimte voor (en van) de Eeuwige. Je bent ruimte voor de Barmhartige èn voor degene vóór je, die jouw barmhartigheid nodig heeft. Jij bent de kruik voor het Levend water èn de kruik die Levend water uitschenkt voor je naaste.

De dichter Kopland, hoewel zelf niet religieus, zei hetzelfde:

‘Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras,
ik heb altijd gewild dat ik dat was,
een lege plek voor iemand, om te blijven’.

Als oefening kun je je afvragen’; ‘Kan ik een lege plek zijn?’. ‘Een lege plek voor God?’. Een lege plek voor een ander, waar die ander kan/mag zijn zoals hij is?’. Het is een voortdurende oefening om dat in jou, wat scheiding aanbrengt tussen jou en de ander, los te laten. Om uit het begrippenkader ‘ik hoog – jij laag’ (of andersom) te stappen en af te dalen naar het niveau waar we ‘één in wezen’ zijn.

Wanneer we ons daar meer en meer in oefenen, komt de vrede waarover Zacharia spreekt dichterbij. De vrede komt wanneer we ophouden te leven vanuit verdeeldheid van de vorm en beginnen te leven uit de eenheid die we in wezen zijn. De liefde Gods die alles wat scheidt te boven gaat, is in jou en in de ander, het is onze kern, het is God zelf.

Er is geen scheiding, er is geen hoog en laag. Daarom zat Hij niet hoog te paard.
Er is slechts de Ene die zich telkens opnieuw schept in het vele. Daarom zat Jezus op een ezeltje.

Ik wens u een goede stille week toe, Gods zegen en veel liefs,

De kerkenraad (Miriam, Margriet, Marije en Jan- Willem en ik) en het kerkelijk bureau (Mariet) zijn gezond en we werken gewoon door, we doen u de hartelijke groeten,

Sabine du Croo

 

Haarlem, donderdag 26 maart 2020

Allen,

Van harte hoop ik dat u gezond bent en het goed maakt. Een paar dagen geleden viel de paaskaart op de mat met achterop de sticker over de diensten in de stille week. De sticker moest de inhoud van de paaskaart, die kort daarvóór gedrukt was, corrigeren. Ondertussen bleek de sticker zelf al weer oud nieuws, want de kerk blijft dicht tot 1 juni.

Dat is wat we denk ik, allemaal ervaren; dat de situatie van vandaag, morgen weer anders kan zijn. Of omgekeerd; dat de stand van zaken van gisteren, vandaag oud nieuws is. Wie zich gisteren onveilig en paniekerig voelde, kan vandaag merken dat er ook blijheid is; het is mooi weer, de bloemen staan te stralen en je bent dankbaar omdat je niet ziek bent. Je wéét dat het morgen anders kan zijn.

Er wordt van ons gevraagd gelijke pas te houden met veranderingen. Veranderingen wereldwijd, in onze samenleving, in onze eigen kring, in ons huis, in onszelf. Panta rhei, alles stroomt, zei Herakleitos, ver voor Christus.

Natuurlijk is dat eigenlijk altijd zo. Alleen fluistert, wat ik nu maar even noem ‘onze denk-geest’, ons wat anders in. Onze denk-geest fluistert ons in het ‘normale’ leven in, dat onze situatie niet verandert, tenzij wij dat zelf willen. Dat anderen wel, maar wij niet zomaar getroffen kunnen worden door onheil. Daar luisteren we naar, want het is geruststellend, geeft ons vastigheid. Onze denk-geest suggereert ons dat we ons leven onder controle hebben. Dat is prettig, want zó kunnen we plannen maken voor de komende dagen, voor de toekomst.

Maar ook in het ‘normale’ leven ervaren we regelmatig dat onze denk-geest ongelijk heeft, dat er dingen gebeuren, die we niet hadden verwacht, niet nagestreefd hadden en niet leuk vinden. U kunt het waarschijnlijk voor uzelf, in uw eigen leven, gemakkelijk invullen.
Als die onverwachte dingen gebeuren, of als we erop terug kijken, fluistert onze denk-geest ons al gauw weer in datdit ‘niet normaal’ is. ‘Nee’ zegt onze denk-geest, ‘Normaal kun je er van uitgaan dat je situatie niet één twee drie verandert, dat je het in de hand hebt en dat jou niks zal gebeuren.’

Het zijn de redeneringen van de denk-geest die we allemaal wel kennen. Soms worden ze versterkt door een geloof in God. Hoe dat werkt, voert nu te ver, misschien schrijf ik daar volgende week over.

In de huidige situatie, waarin het nieuws van vandaag morgen achterhaald is, zit voor wie dat wil, een spirituele les. Namelijk om te leren onze denk-geest wel te horen, maar er niet op te vertrouwen en ons niet te laten verleiden tot schijnzekerheden. Jezus vertelt het verhaal van twee mannen, de één bouwt zijn huis op zand, de ander op rotsgrond. En als de regen en de wind opzetten, de storm opsteekt en het water stijgt, wordt het huis op het zand weggevaagd. Het huis op de rots blijft staan. De vraag aan ons is ‘Waar bouw jij op, wat is jou een rots, waar is de plaats waar je werkelijk kalmte vindt, waar je het suizen van een zachte wind hoort?’. (Mat 7, 1 Kon 19)

Deze tijd reikt ons de mogelijkheid aan om ons te oefenen in het doorzien van de fluisteringen van de denk-geest. Om ons niet te laten verleiden tot een leven in schijnzekerheden, maar te rusten in een dieper weten. Bij de één komt dat als een stem, bij de ander als een flits van inzicht, een volgende kent het als een gevoel, weer een ander krijgt het aangereikt in een ontmoeting, of in iets wat hij leest of hoort. De vorm waarin het tot je komt, verschilt, maar bij iederéén is het herkenbaar aan een ontspannen vertrouwen. Het is zoals Augustinus zei; ‘Mijn hart isonrustig, tot het rust vindt in U’. Of zoals het Taizélied zingt; ‘Mon ame se repose en paix sur Dieux seul’ (mijn zielrust in vrede bij God alleen, naar psalm 62).

Betekent dat dat je geen voorzorgsmaatregelen hoeft te nemen? Nee. Wees verstandig en voorzichtig. Doe wat je kan, voor jezelf en voor anderen. Maar verlaat je niet op de stem die je huizen op zand laat bouwen. Wees je ervan bewust dat alles om je heen en in je stroomt, panta rhei. En bouw het huis van jouw leven op de rots. Probeer te rusten in vertrouwen.

Gods zegen en veel liefs,

U krijgt de hartelijk groeten van de kerkenraad, (Miriam, Margriet, Marije en Jan-Willem) en van het Kerkelijk bureau (Mariet)

Sabine du Croo

 

Haarlem, donderdag 19 maart 2020

Allen,

Het is vandaag een week geleden dat het bericht van onze regering kwam om verregaande maatregelen te nemen tegen de verspreiding van het virus. Vorige week donderdagnamiddag kekenwe elkaar nog een beetje glazig aan; ‘Is dat nou wel nodig?’ hoorde je hier en daar, vrijdag stroomde mijn mailbox vol met afzeggingen zowel van vrienden als van organisaties, bij u zal het niet anders geweest zijn. In een hoog tempo ging het één na het ander dicht, werd afgezegd of afgelast. Vrijdagmiddag begon het hamsteren, de paniek greep om zich heen; Op internet gingen filmpjes van extravagante voorraden in veel te kleine keukens viraal. Opeens wilde iedereen wc papier. En met het gevoel van onveiligheid ging onze hartslag omhoog. Daarna kwamen de moppen. Ook ik heb een doos vol moppen op de app gekregen, sommigen erg leuk. De meesten kwamen op zaterdag, maar ze druppelen nog steeds binnen. Zondag werd bericht door de regering dat de scholen dichtgingen. Maandagochtend gingen sommigen naar het werk, anderen bleven thuis. Duidelijk werd dat de aandelen flink naar beneden gekieperd waren. Onzekerheid alom. Ondertussen is duidelijk dat de maatregelen er niet voor niks zijn en dat we ze serieus willen en moeten nemen.

Nu is het weer donderdag en hoewel de situatie niet minder ernstig is, lijkt het alsof de gemoederen een beetje aan het bedaren zijn. En dat is alleen maar goed. De wereld is krakend tot stilstand gekomen en het is duidelijk dat dit nog wel even zal duren. Sommigen zitten thuis en hebben geentot weinig contact met anderen, anderen zijn voor een deel in contact met de ‘buitenwereld’. Velen van ons beginnen zich te realiseren dat we ons leven zèlf structuur moeten geven.

De vraag is nu; ‘Hoe richt je je tijd in, wat ga je doen, wat wil je doen?’. Want een tijd van retraite biedt ook mogelijkheden, dat voelen we allemaal ook wel aan. Het begint er mee dat je je niet laat opjagen door de angst en onrust. Neem een vast moment om het nieuws te kijken of te lezen, niet de hele dag door een beetje.

De volgende stap is dat je je gaat concentreren op wat je aan het doen bent. Dat heet ‘flow’. Datbetekent dat je zo bezig bent met iets dat je alleen nog maar daar mee bezig bent en je gedachten niet weggetrokken worden naar andere zaken die aan de rand van je bewustzijn staan te roepen. Stel je doelen niet te hoog, begin eenvoudig; Leg jezelf niet meteen op dat je je huis nu helemaal moet opruimen, al je papieren nu moet gaan uitzoeken, de tuin nu aan kant moet hebben of superserieuze boeken moet lezen. Nee.

Onttrek je even aan ‘moeten’, probeer om er eenvoudigweg te zijn. Gewoon te zijn. Er zijn. Ademhalen en kijken, luisteren naar wat je aan het doen bent;
Neem een makkelijk boek, (niet meteen een moeilijk. Straks kun je opschalen naar een moeilijker boek.) Besteed tijd aan de mensen die je lief zijn, bel ze op, schrijf ze een kaartje. Schrijf een brief aan je kleinkinderen. Rust uit, ga vroeg naar bed, sta vroeg op. Ga iedere dag even wandelen, (niet te veel, ’s ochtends en ‘s middags een half uurtje). Kijk een film, wordt lid van Netflix, Pathe thuis, NPO Start Plus of PICL. Bestel een smartphone op internet en ga eens kijken of je zelf dat ding aan de praat kan krijgen. Zo kun je makkelijk contact houden met anderen. Besteed tijd aan koken en eten. Je kunt het zelf het beste bedenken waar je mee bezig wil zijn. Het begint allemaal met het focussenvan je aandacht op ‘er zijn’.

Volgende week de volgende stap,
Je krijgt de hartelijk groeten van de kerkenraad, (Miriam, Margriet, Marije en Jan- Willem) en van het Kerkelijk bureau (Mariet)

Blijf gezond, wees verstandig en veel liefs, we zien elkaar weer, Sabine du Croo

 

 

Gerelateerd